Een hond? Nee hoor… of toch wel?
We zeggen hond en daar moeten we eigenlijk een beetje om lachen. Voor mij is Pika niet minder dan een gezinslid, iemand die bij ons leven hoort. Een gezinslid met evenveel rechten als de rest van ons inmiddels best grote gezin. De keuze om Pika mee te nemen naar Nederland was een gevoelsmatige, daar zat niets rationeels bij.
Toen we in mei met een groep mensen in Bosnië in de Ravne tunnels liepen, stond ik voor een keuze. Een maand daarvoor was er uit het niets iets in de rechterheup “geschoten”, zonder aanleiding werd lopen moeilijk en ging ook slapen lastig. De fysiotherapeut stond ook voor een raadsel en met een aantal oefeningen op zak en een infraroodlamp op de pijnlijke plek, ging gelukkig voor onze reis lopen weer iets beter. In de tunnels kwam ik tot de conclusie dat de Earthkeepersweek in Zweden die een maand later op de planning stond, niet door kon gaan. Met zoveel pijn was lopen met een zware rugzak door heuvelachtig terrein gewoon geen optie. Na een lichte teleurstelling maar ook het gevoel dat het leven loopt zoals het loopt, was de keuze gemaakt. De training moest afgezegd worden. Zodra de keuze gemaakt was, klonken de woorden “We doen het samen. Samen worden we beter”, duidelijk door mijn hoofd.
Na de piramides arriveerden we op de glamping. De glamping geeft altijd een gevoel van thuiskomen en vol enthousiasme liepen we door de poort om daar tot onze verbazing een klein hondje te zien zitten. “Heb je een hond?” vroeg ik aan de eigenaar van de glamping, met de enthousiaste pup al in mijn armen. “Nee, ze is niet van mij, maar wil je haar hebben?”, was zijn reactie. En mijn antwoord daarop was een volmondig ‘ja’. Een week daarvoor hadden Daphne en ik nog een gesprek, hoe blij we waren dat de kinderen ouder werden en we minder verantwoordelijkheden krijgen, dat onze katten zoveel makkelijker zijn dan een hond. Drie keer per dag een hond uitlaten, een dier dat je niet even een dag alleen thuis kunt laten en dan die poepzakjes, ik wilde absoluut geen hond. En opeens hadden we er één. Daphne die wel van tevoren wist hoeveel energie het opvoeden van een pup kost, vroeg nog, ‘weet je het zeker?’ Natuurlijk niet, maar het antwoord was toch ‘ja’.

Een traumatisch begin voor een kleine pup
Ze bleek aangereden te zijn, een aantal weken daarvoor. Precies op het moment dat ik zo’n onverklaarbare pijn in mijn heup kreeg, brak zij de hare. Met de hechtingen nog in haar kaalgeschoren heup lag ze vast aan een ketting. In de wind en de regen, met een houtblok om op te liggen en een trapje waar de regen en de wind doorheen kon, om onder te schuilen. ’s Nachts daalde de temperatuur tot 2 graden en achter het hek jankten de zwerfhonden. Een roedel waar ze door haar ongeluk uit gehaald was en straks weer bij gezet zou worden.
Op de glamping waren op dat moment veel andere bezoekers, mensen met het dierenhart op de juiste plek. Dus het pupje, dat toen nog Blondie heette, kreeg eten. De één had brokjes gekocht, de ander gaf haar, haar lievelingskostje, pizza. Elke week had ze nieuwe, liefdevolle verzorgers, maar die gingen wel steeds weer weg. Het kleine ding snakte naar aandacht en had geleerd dat ze haar emoties kon sussen door mensen te bijten. Geen vreemd gedrag voor een pup, maar wel een beetje pijnlijk.
De eerste nacht in ons bed
Als we het doen, moeten we het goed doen, zeiden Daphne en ik tegen elkaar. Als we haar meenemen dan kunnen we haar niet meer alleen laten. Ze slaapt geen nacht meer op dat houtblok. Dus daar lag ze ‘s nachts tussen ons in op bed. Trillend en soms piepend in haar slaap, met een vacht zo hard en vies als de deurmat. We hebben haar vastgehouden die eerste nacht en nog vele nachten daarna, een Sjamanistisch ritueel uitvoerend om haar spanning los te laten en haar zich veilig te laten voelen. Al snel hadden wij ons eigen bedtijdritueel, ik tilde haar op en vertelde haar dat ze veilig was, dat wij haar niet meer in de steek zouden laten.
Een dure rit, maar onbetaalbare liefde
Om haar mee naar Nederland te nemen, moesten we bergen verzetten. Ze kon natuurlijk niet mee in het vliegtuig, dus huurden we een auto. Daar ging de winst van onze reis, maar ja, dit was onze hond, we voelden geen andere keuze. We zeggen wel eens grappend; “deze hond kost evenveel als een labradoodle met fokvergunning”, en ik denk dat dat ook zo is.
Eenmaal in Nederland begon de ellende. Ons kleine hondje, dat heel snel de schade van haar ondervoeding in begon te halen en met de dag groter werd, voelde zich natuurlijk de eerste weken heel erg ellendig. Ondanks al onze goede bedoelingen, hadden we geen ervaring met het opvoeden van pups en we hadden haar natuurlijk uit haar vertrouwde omgeving weggerukt. Pika, heeft de eerste week piepend rondgerend en heeft ons urenlang gebeten. Ze kon de rust niet vinden en was gewoon in paniek, haar eten verdedigend, in huis plassend en ons al bijtend achtervolgend. Al snel hadden wij een aantal online zelfhulpcursussen gevonden en begrepen we dat ze overprikkeld was en, zoals een baby betaamt, heel veel moest slapen. Nog een week later zaten we bij een geweldige hondentrainer. We grepen alle handvatten met beide handen aan.
Pika bepaalt ons ritme
Wie A zegt moet ook B zeggen en wij waren het dit dier verschuldigd dat het goed zou gaan. Dat ze nooit in Nederland in een asiel zou belanden omdat wij niet wisten hoe je met een hond om moet gaan. De eerste weken reden we met haar rond in de auto als ze weer niet in slaap kon komen. Want in de auto werd ze rustig en viel ze als een blok in slaap. En dat had zij, maar ook wij nodig want het huilen heeft ons vaak nader dan het lachen gestaan. Vanuit de auto tilden we haar al slapend langs onze spannende katten en legden we haar in de mand. De eerste weken klom ze direct daarna in ons bed om veilig tussen ons in te slapen.
Onze levens draaiden om Pika, zeker de eerste zes weken. Het zette alles even in de vertraging, gelukkig hebben we een eigen bedrijf en konden we hier de ruimte voor vinden, maar het was intens. En ondanks alle commotie zagen we elke dag de kleine stapjes vooruit. ‘Zie je dat ze al veel minder bijt vandaag?’, ‘Ze heeft vandaag maar twee keer in huis geplast’, en na vier weken keken we een keer het journaal, zomaar zonder gebeten te worden! En nu, tien weken later, doet ze het geweldig. Er zijn geen ongelukken meer in huis, het bijten is eigenlijk bijna helemaal over en ze vindt haar rust, gewoon helemaal zelf. Uiteraard hebben we ons dagritme om haar wandelingen, slaapjes en andere activiteiten heen gepland. Ja, we hebben een baby samen. Prachtig en soms nog steeds heel intens.
Terug naar Bosnië: herkenning en afscheid
Onze laatste reis naar Bosnië heeft ook bijgedragen aan het vinden van haar rust. We hadden deze reis al gepland staan en omdat we haar nog niet alleen thuis kunnen laten en we een oppas nog niet kunnen opzadelen met een dier dat nog zoveel moet leren. En eigenlijk stiekem ook omdat ze gewoon bij ons hoort en we haar heel graag bij ons hebben, ging ze mee. Terug naar Bosnië.
Na een intense reis door vier landen, gingen we de grens van de EU naar Bosnië over. We weten niet wat het geweest is, maar vanaf het moment dat we de grens over waren, gingen de oortjes omhoog, het neusje in de lucht en wilde ze op schoot zitten om te zien waar we waren. Ze wist dat we weer in Bosnië waren! Maar we waren nog niet bij haar thuis! Na een vakantie van een week, kwamen we op de glamping aan. Wat was ze blij om de eigenaar van de glamping weer te zien maar ook soms in verwarring omdat die niet zo met haar bezig was als zij met hem.
Ook het weerzien met haar moeder was intens. Pika’s moeder had weer een nieuw nest, achter de glamping. Zes kleine halfbroertjes en -zusjes lagen in een veld achter de glamping onder een half vergaan schuurtje. Nee, we konden ze niet meenemen, al brak ons hart en hebben we gelukkig wel een organisatie daar in kunnen seinen dat de pups daar zitten en medische hulp nodig hebben. Maar ik dwaal af…
Pika stond achter het hek en haar moeder liep aan de andere kant langs. Haar lip ging omhoog en we hoorden een diepe grom toen ze de vreemde jonge hond achter het hek zag staan. Ze herkende haar kind duidelijk in eerste instantie niet. Tot er een windvlaag van achter Pika richting haar moeder ging. De oren van haar moeder gingen omhoog, ze begon voorzichtig te kwispelen en liep naar het hek. Neus aan neus stonden ze even, allebei kwispelend van herkenning. Maar al snel vertrok haar moeder ook weer, op weg naar haar kinderen die nu haar hulp nodig hebben. We vertelden haar nog dat we goed voor dit kind zullen zorgen. Maar wat een verdrietig gezicht, zo’n teef die overduidelijk aan de lopende band zwanger is. Dit is ook een kant van Bosnië, een kant waar ik maar moeilijk aan kan wennen.
Ze hoort bij ons, voor altijd
De grootste schok voor Pika kwam toen we de auto inpakten om weer naar huis te gaan. Terwijl we druk aan het werk waren, zag ik Pika twee parkeerplaatsen verderop liggen. Plat op de grond gedrukt, de oogjes verdrietig lag ze als één hoopje ellende. Ik ging naar haar toe om haar te vertellen dat ze met ons mee zou gaan, maar ze gromde van pure spanning. “Ze denkt dat we haar achter gaan laten Daphne”, zei ik. En ik gaf Pika heel even ruimte. Een hond waarbij het reptielenbrein aan is en tegen me gromt, laat ik even met rust. Toen pakte ik haar riem en noemde haar naam. Gelukkig was ze weer benaderbaar en liet ze zich meenemen naar de auto. ‘We gaan naar huis meisje, naar de kinderen en de katten’. En ze kwam tot rust.
Tijdens de reis zagen we een grote verandering in haar lichaamshouding. Haar staart ging weer recht overeind en haar loopje werd zelfverzekerder. Na deze reis hebben we een andere hond. Ze lijkt het vertrouwen te hebben dat wij haar niet alleen zullen laten en dat ze echt bij ons hoort. Ze heeft toen ze als klein pupje vastgebonden zat, van zoveel mensen afscheid moeten nemen dat ze dit vertrouwen even bevestigd moest zien.
Dat het zo intens zou zijn om dit hondje een fijn huis te geven en haar het vertrouwen te geven dat ze bij ons hoort, had ik nooit van tevoren kunnen denken. Maar ze is het waard, onze piramide van de Zon hond.
Nienke.

